Uilenspiegel (Mark Macken)

26. UILENSPIEGEL (Mark Macken)

We verlaten de nabije omgeving van de Grote markt en slaan aan de hoek rechtsaf richting Parklaan tot de August Nobelsstraat. De Parklaan is aangelegd in 1951 dwars doorheen het domein van het kasteel Walburg. Het overgebleven deel van de vroegere tuin is nu het stadspark en fungeert als groene long. Tegenover het park op de hoek van de August Nobelsstraat is het bronzen beeld ‘Tijl Uilenspiegel’ te zien.

De ludieke held uit een oud volksverhaal maakt grappen en haalt kwajongensstreken uit. Zijn naam is een combinatie van ‘uil’ en ‘spiegel’. De uil, die hier niet te zien is, symboliseert de domheid (zoals in ‘uilskuiken’ en ‘'t is nogal een uil’). De spiegel fungeert als object waarin mensen zichzelf kunnen bekijken. De schalkse Tijl laat de mensen zien zoals ze zijn, zonder enige schroom. Op die manier maakt hij de deftige lieden en de machtigen belachelijk. Later, in het werk van Charles de Coster (1867), wordt hij opgevoerd als vrijheidsstrijder tegen de Spaanse overheersers en de inquisitie van de katholieke kerk.

De meeste mensen kennen Tijl vooral als de schelm, de nar die zijn toehoorders confronteert met hun fouten en gebreken. Daarnaar verwijzen de zotskap en het kader van de spiegel die hij ons voorhoudt. Om zijn idee in deze vorm te verkondigen gaat de kunstenaar geen uitdagingen uit de weg. De gestileerde figuur in kleermakerszit is technisch moeilijk om uit te voeren. Dat geldt ook voor het gieten ervan in brons. Het resultaat is een soepel en guitig geheel.

MACKEN Mark (1913-1977)
Mark (Marcel) Macken, Beeldhouwer, medailleur, debuteert in het meubelbedrijf van zijn vader War Macken, die tevens kunstschilder is. Opleiding aan de Academie van Leuven: houtsnijwerk en boetseren. Studeert vanaf 1931 en aan de Koninklijke Academie voor Schone Kunsten van Antwerpen (op aanraden van beeldhouwer Ernest Wijnants) en tot 1936 aan het Nationaal Hoger Instituut voor Schone Kunsten in Antwerpen als leerling in het atelier van Ernest Wijnants. Wordt in 1935 lid van de groep ‘Antwerpen’, die tot 1940 experimenteel werk tentoonstelt, o.m. in steen: taille directe (zie p. 69) en plaatijzeren sculpturen. Leraar sierkunsten aan de Koninklijke Academie voor Schone Kunsten te Dendermonde (1941) en tekenleraar aan de Atheneums van Dendermonde, Sint-Niklaas en Brussel. Lid van het ‘Onafhankelijkheidsfront’ in de Tweede Wereldoorlog, waar hij ‘illegale’ blaadjes illustreert. Van 1943 tot 1945 als politiek gevangene naar Duitsland gedeporteerd. Vanaf 1946 leraar aan de Academie voor Schone Kunsten in Antwerpen. Is er directeur van 1962 tot 1977. Behaalt de ‘Prijs Van Lerius’, de ‘Prijs De Keyzer’ en in 1938 de ‘Prijs van Rome’ voor beeldhouwkunst.

Kunst in de Stad - 24 april 2010