LA TORDUE (GEORGE GRARD)

2. LA TORDUE (GEORGE GRARD)

Nog recht tegenover de ‘Dienst voor Toerisme’ in de onmiddellijke nabijheid van het vorige werk, pronkt een tweede beeld van George Grard. Groter en brozer in haar naaktheid trekt ‘La Tordue’ alle aandacht naar zich.

‘La Tordue’ verwijst naar een eerder gemaakt beeld van George Grard, namelijk ‘De zee’, of ‘Liggend Naakt’ in Oostende. Dit beeld (1952-1955) dat in de volksmond ‘Dikke Matille’ wordt genoemd, verzinnebeeldt de weelderigheid en sensualiteit van de zee in een vrouwenlichaam.
‘Dikke Matille’ werd doorheen de vroegere jaren regelmatig belaagd door groeperingen met moralistische of politieke boodschappen. Sinds 2005 prijkt het op de lijst van beschermde beelden van Oostende.
Net zoals de ambtenaren van Monumenten en Landschappen in Oostende het beeld effectief liever dichter bij de zee hadden gezien, ging de voorkeur van Kunst in de Stad uit naar een locatie op wateroppervlak, temeer omdat het beeld mooier is in de weerspiegeling van het water. Nu prijkt het op een natuursteen en is het op zijn mooist wanneer het geregend heeft.
‘La Tordue’ nodigt uit om aangeraakt te worden. Toch dient hierbij gezegd te worden dat het opmerkelijk is hoe toeschouwers sneller geneigd zijn abstracte werken aan te raken dan figuratieve werken.

 

GRARD George (1901- 1984)
Georges Grard, geboren in 1901, volgt zijn opleiding aan de Académie des Beaux-Arts te Doornik in tekenen, beeldhouwen en schilderkunst. Hij wordt algemeen erkend als een der grootste figuratieve Belgische beeldhouwers. Hij wint in 1930 de ‘Rubensprijs’ van het Museum voor Schone kunsten in Brussel. Grard sticht in 1931 samen met enkele bevriende kunstenaars, onder wie zijn goede vriend Paul Delvaux, de ‘School van Sint-Idesbald’. De beeldhouwer behaalt in 1935 de ‘Prix de la Roseraie’ in het kader van de Wereldtentoonstelling te Brussel. In 1948 behaalt hij de ‘Prix du Hainaut’ en de ‘Prix Picard de la Libre Académie de Belgique’. In 1967 wordt hij lid van de Klasse der Schone Kunsten, afdeling Beeldhouwwerk van de Koninklijke Academie voor Wetenschappen, Letteren en Schone Kunsten van België waar hij in 1970 de vijfjaarlijkse prijs behaalt ter bekroning van zijn kunstenaarsloopbaan. Het George Grardmuseum in Sint-Idesbald herbergt de gipsen modellen en buiten op het domein Ten Bogaerde, de bronzen beelden.

Kunst in de Stad, 19 oktober 2013